Tour langs de Rijn en de IJssel met puberzoon

Etappe 1 | Ede - Nieuw Millingen: 45 km

We fietsen de oprit af en het voelt direct als vakantie. Ik wil dit al zolang. Een fietsvakantie, gewoon in eigen land. Maar het kwam er nooit van; geen tijd, geen puf, regen, zonneschijn. Er waren zoveel excuses en niemand wilde ook met me mee. Nu was zoonlief van 16 net klaar met zijn examen. En hij was de enige die wel eens had aangegeven ook oren te hebben naar zo’n avontuurtje.

Vooruit, als ik stellig beloofde niet dwars door het centrum van Ede te rijden, met kans om gezien te worden met je moeder op de fiets, wilde hij het wel proberen. Het lijkt hem wel wat om naar Duitsland te fietsen, naar Kleef waar we eens in de zoveel maanden de Kaufland bezoeken om voordelig drinken in te slaan (Coca Cola is al snel 30 cent goedkoper per liter), lekkere broodjes en toetjes te scoren en de auto even vol te gooien met benzine.

We zijn niet bijzonder getrainde fietsers. Af en toe kar ik een rondje op de Veluwe, al zal dat niet vaker dan een keer per maand zijn. Ik doe sporadisch boodschappen op de fiets, zit wel op de hometrainer in de sportschool, maar verder heb ik als journalist, tekstschrijver een zittend beroep. Zoon fietst naar school, naar zijn bijbaantje, naar de voetbal. Dus al te gek moeten we het niet maken nog. Vijftig kilometer schat ik moet wel lukken in een dag. Op de gewone fiets hè, niks geen e-bike.

Via het geweldig handige Fietsknooppuntensysteem op de app van Route.nl zet ik een route uit richting Duitse grens. De kortste, dat is sowieso al ruim veertig kilometer. Route.nl geeft ook nog eens een paar suggesties voor campings onderweg. We hebben besloten niet te bepakt en bezakt te gaan fietsen dus deze moet wel een trekkershut hebben. De site Trekkershut.nl biedt daarbij uitkomst. Daarop staan zo goed als alle hutten in Nederland. En dat zijn er een boel, ontdek ik. Heerlijk wat is ons landje toch georganiseerd. Gebaande fietspaden, keurig aangegeven routes en een makkelijke overnachtingsplek onderweg. Wat betreft prijzen is zo’n hut ook goed te doen.

Ik vergelijk dat nog even snel met Vriendenopdefiets.nl. Mensen die ik ken zijn daar helemaal weg van. Maar deze zijn toch wat duurder, zie ik. Al snel betaal je 35 euro per persoon. Pal op de Duitse grens vind ik er een camping met hutten en halverwege de IJssel, vlakbij Doesburg, zie ik een mooie voor overnachting twee. De ene hut is 30 euro per nacht, met een paar euro toeristenbelasting betaal ik 32,50. De andere is 45 euro, inclusief toeristenbelasting 49,50. Maar die heeft een zwembad en dat vindt zoonlief weer een pré. Even een paar mailtjes en ze zijn geboekt. Je zou zelfs op de bonnefooi kunnen in het voorseizoen, maar dat vind ik net te veel risico. Stel dat je uitgeput aankomt en er is geen plek. Moet je weer verder.

Duitsekampweg
We vertrekken op zo ongeveer de heetste zondag in juni. Het wordt 31 graden is de voorspelling. Laten we dan vroeg gaan, des te eerder zijn we op de camping om daar te relaxen. Het is uiteindelijk na de nodige inpaktoeren om alles in de veel te kleine fietstassen te krijgen, 9:00 uur als we van huis wegfietsen. Het zindert nu al. Gelukkig trappen we binnen een mum van tijd onder de bomen. Voordeel van op de Veluwe wonen, je kunt makkelijk schaduw vinden.

Het eerste deel is nog even bekend, hier fietsen we wel vaker een rondje. Bij knooppunt 85 slaan we af naar Wolfheze. Dit pad gaat dwars door een moerasgebiedje. Hier ontspringt de Renkumse beek die via het gelijknamige beekdal stroomt en uitmondt in de Rijn. Het beekdal verderop ken ik, maar dit plekje is nieuw. Het fietspad dat aan beide kanten wordt gemarkeerd door een elzenbroekbos, loopt als een soort van brug door het vochtige gebied. Prachtig, zo’n plekje dichtbij dat ik nog nooit heb gezien. En nog mooier, hier kom je alleen op de fiets. Wauw dat gevoel van alleenrecht dat je daardoor hebt op bijzondere plekjes zal ik vaker ervaren tijdens deze reis.

We komen aan in Wolfheze in een straatje dat waarachtig Duitsekampweg heet. In 1917 was hier een kamp voor Duitse krijgsgevangenen, lees ik op een bordje. Wat apart, in de Eerste Wereldoorlog, terwijl Nederland toch nauwelijks meedeed, dat moet ik nog eens uitzoeken. Opvallend groot en luxe zijn de woningen aan deze straat. In deze hele wijk waar we doorheen fietsen eigenlijk wel.Toch een jetset plaatsje dat ik vooral associeer met het enorme psychiatrische ziekenhuis.


We draaien achter het station het fietspad op richting Arnhem. Net buiten Wolfheze fietsen we bovenlangs een wijngaard met prachtig uitzicht. Zo je merkt dat je hier op de stuwwalletjes boven de Rijn zit. Het gaat af en toe pittig steil omhoog. Net voor Oosterbeek moeten we echt even uit het zadel en wandelen het klimmetje op. Na een korte afdaling fietsen we langs de buitenrand van Wolfheze. Het is inmiddels al zinderend warm en we stoppen even om wat te drinken bij een bankje naast een weitje met varkens. Nou ja weitje; dat is wat veel gezegd voor het zanderige veldje waar de beestjes rond wroeten. Het zijn van die echte hangbuikzwijnen; zo lui als een varken; lekker rollend in de modder. Grappig van viezigheid. Hmm ze ruiken ook nogal; niet de meest frisse plek eigenlijk voor een stop.

Daarna roetsen we bergafwaarts zo Arnhem in. Via een grappig stalen fietsbruggetje komen we aan de voorkant van het station. Ik shop nog wel eens in Arnhem maar ga dan steevast het station uit via de zijkant en loop zo de stad in. Eigenlijk heb ik de voorkant van dit splinternieuwe stationsgebouw nog nooit goed bekeken, denk ik als we zijn neergestreken op het terras van café Old Dutch voor een bakkie koffie. Het is een wat onbeduidend, grijs ovaal. Ik geloof ook veel te duur uitgepakt voor Arnhem.

Langzaam leeglopende fietsband
We karren over de brug bij Arnhem de polder in. Huissen staat eerst op de rol. Ik merk dat fietsen niet alleen zwaar wordt door de wind die onbarmhartig tegen blaast op de kale dijk langs de Rijn. Mijn achterband wordt zacht, ik voel het rubber van het dunne bandje soms onder me wegslippen. We proberen wat lucht erin te krijgen met het miniatuur handpompje maar alles blaast langs het ventiel. Heb toch het vermoeden dat dat laatste pieletje kapot is. Helaas is het schap ventieltjes bij Albert Heijn in Huissen leeg. En op zondag is geen enkele fietsenmaker open. Dan nog maar een klein beetje lucht blazen en hard doorfietsen maar. Mijn zoon en ik wisselen van fiets. Dat scheelt nogal wat kilootjes op het zachte bandje. Gevolg is dat ik met een grote herenfiets uit de weg moet. Toch beter dan op de bijna velg, merk ik. Arme zoonlief zwoegt, maar goed hij is ook heel wat jaartjes jonger.

Eindelijk komen we aan bij het pondje over de Rijn naar de Millingerwaard. Het schattige fietspondje kan vijftig fietsers herbergen en die staan er ook bijna op, tel ik snel. De conducteurvrouw of hoe heet zo iemand die de kaartjes verkoopt is roodverbrand van het de hele dag heen en weer varen infietspontje Millingerwaard; ik ben niet de roodverbrande mevrouw de brandende zon. Het heeft haar er ook niet gezelliger op gemaakt. Chagrijnig int ze de 1,5 euro van alle passagiers. Wij staan helemaal achter op het dek. Heb nog de stille hoop dat ze aan ons niet toekomt. Tja je blijft toch een Hollander. Maar helaas net voor het laadluik de wal raakt, weet ze ons aan te slaan en zijn we weer 3 euro (2 personen) lichter.

We fietsen door de Millingerwaard. Een natuurgebied voor fietsers en wandelaars; hier zijn geen auto’s toegestaan. Weer bekruipt me het exclusieve gevoel van alleenrecht. Wat is dat toch heerlijk; wandelen door natuurgebieden vind ik vaak zo lang duren; de routes zijn meestal minstens vijf kilometer. Maar op de fiets suis je in prima kijktempo door de groene dreven. Het kost minder moeite en je ziet meer, in afstanden gerekend, dan wandelend.


Spuugbeestjes en populierenpluis

We stoppen even onder een boom om wat te drinken. Terwijl ik de fles aan mijn mond zet, voel ik een druppeltje op mijn hoofd. En nog een op mijn arm. Ik kijk omhoog naar de wolkeloze lucht. Daar kunnen ze niet vandaan komen. Ik kijk nog eens goed naar de boom en dan vallen me de talloze witte spuugjes op die onder aan de bladeren hangen. Sluimerige witte dotjes die lekken ja, dat zie ik als er weer een druppeltje valt. Nog even denk ik dat een zeverige oude fietser zich heeft ontledigd in de boom. We vluchten ijlings van onder deze schaduwrijke schuilplaats vandaan. Maar ik zie nog meer bomen met spuugjes. FF googlen en we weten het: dit wordt gemaakt door de larven van het spuugbeesje. Serieus, zo heet hij gewoon. Het insect; behorend tot de orde van de cicaden, legt in het najaar eitjes op bomen. In het voorjaar komt het eitje uit en gaat de larve het schuim produceren; een combinatie van uitgescheiden plantensap met was. De larve blaast erin en daardoor ontstaan de schuimbelletjes. Een ideaal snotje om in te schuilen voor roofdieren en niet uit te drogen. Aha, weer wat geleerd.

We fietsen langs waterplasjes en langs natte bodems en weer valt er iets op in het bos: in de bomen hangt wit pluis. Gevangen in spinrag of gewoon in dotten tussen de takken. Het heeft soms iets weg van een spookbos; uit de goedkope spookhuizen. Weer biedt onze eindeloze encyclopedie Google uitkomst: dit is populierenpluis. Het pluis met de zaadjes van de populier. Net zoiets als paardenbloem maar dan groter, meer en op een hele intensieve schaal. We trappen door over een aantal onverharde paden en genieten van het uitzicht op het natuurgebied.

Boerencamping met luchtpiano
Via het plaatsje met de onzalige naam Kekerdom weten we dat we nog maar een paar kilometer voor de boeg hebben. Een keer de bandjes oppompen nog, midden in Kekerdom. Dan slaat de wind ineens genadeloos toe in het open polderland. Een kwestie van de laatste loodjes als eindelijk de overnachtbestemming opdoemt: De Zeelandsche Hof. Het blijkt een best wel mooi herenhuis te zijn met een kleine camping erbij (ongeveer 30 plaatsen, schat ik), een wat oud, maar schoon toiletgebouw. Nadat we even in het priëlige voortuintje hebben gewacht, komt een ietwat norse eigenaresse de voordeur opendoen van haar landhuis. Ze is zowaar genegen om ons een goede fietspomp te lenen om te kijken of we de band na een ventielwisseling toch vol kunnen krijgen.

De trekkershut die we krijgen oogt fris en nieuw. Alles erop en eraan: pannetjes, borden, kopjes, bestek, een kookplaatje; zelfs aan een schaar is gedacht. Na even te hebben uitgepuft op het bed; dat overigens wel een onderlaken heeft, maar dat ik alsnog met mijn eigen lakentje opmaak, eigen kussensloop en een slaapzak, zadelen we op richting het centrum van Millingen aan de Rijn. Andy gaat achterop en samen ploeteren we op een fiets omdat de andere weer met een lege band staat. Gelukkig heeft de Albert Heijn in het centrum wel ventieltjes. Ik heb enorm veel trek in een blik koud Radler bier. Nog voor we weer opstijgen, heb ik al een blikje weggetikt. Verder gaat er een blik soep, opwarmpannenkoeken, hamburger, chocomel en een pastasalade mee in de fietstas. Terug op de camping draaien we het nieuwe ventieltje in de band, pompen ‘em op met de grote fietspomp van mevrouw en nu maar hopen dat ie hard blijft.

Buiten aan de picknicktafel is het aangenaam toeven. De camping ligt werkelijk letterlijk op de grens met Duitsland. We wandelen nog over een vrijwel leeg kampeerveld waar een soort van grappige ijzeren of stalen kunstwerken staan, waaronder een piano. Haha even luchtpiano spelen hoor. Dat ziet er grappig uit voor de foto. In de verte rommelt ook een fietsvakantievierder op zijn 1-pits gasstelletje voor z’n tent. Dan prijs ik me weer gelukkig dat we een trekkershut hebben; dat kneuterige heb ik dan weer niet zo’n zin meer in.

De camping heeft een stuk of vijf voorseizoensplekken bezet. Een nieuwsgierige kampeerder vraagt wat ik zo ijverig op mijn bloknoot noteert. Mijn memoires, zeg ik ontwijkend. Waarom is iedereen toch altijd zo nieuwsgierig in Nederland? Zoonlief verveelt zich een beetje op de verder ijzig stille camping. Gelukkig is er een heel aardige gemeenschapsruimte met speltafels, een kast met boeken en een tv. We sjoelen een potje en stellen elkaar vragen uit het spel Triviant. We proberen nog even tv te kijken, maar zodra ik hang op de bank, word ik slaperig. Dan maar weer even naar buiten. Daar staan twee prachtige nieuwe trampolines. Terwijl ik lui heen en weer dein op het springmatje, maakt zoonlief allemaal salto’s om me heen. Met uitzicht op Duitsland, komen rustige boerengeluiden over de landerijen aanzweven. Een trekker, zwaluwen hoog in de lucht. Rust rondom de grote boerenhoeve. De avond daalt. Het bedje trekt. Welterusten!

Route etappe 1

Knooppunten: 10 - 88 - 84 - 85 - 34 - 44 - 26 - 93 - 94 - 41 - 29 - 22 - 30 - 66 - 67 - 75 - 76 - 77 - 77 - 78 - 79 - 71 - 95 - 95 - Eversberg 93 - De Zeelandsche Hof.

Camping De Zeelandsch Hof